Nieuwe Geschiedenis Hoorcolleges, werkcolleges en leerstof Over de drie thema's Rationalisering - het is een proces, niet gekoppeld aan een persoon - Max Weber (leefde rond 1900): rationalisering is belangrijk voor de vorming van onze maatschappij. Niet alleen naar het historisch verhaal kijken maar ook naar dieper liggende oorzaken (zoals menselijk handelen). o Religieus onttoveringsproces: het verdwijnen van de magische voorstelling van de wereld o Maatschappelijk moderniseringsproces (in politieke en economische zin) De menselijke ratio is in staat om voor alle problemen een oplossing te vinden. Het gaat hier om de elite, denkers, vorsten, adel, ondernemers in Europa. Problemen oplossen en doelen bereiken doe je door middel van creativiteit: meer doelgerichtheid, betere doelmatigheid, beter beleid. De ontwikkelingen gingen sneller dan in de Middeleeuwen. Er waren conflicten binnen de politieke verhoudingen: - strijd om macht tussen vorsten en landen - strijd om macht binnen de landen Vorsten probeerden hun macht te vergroten door de instrumenten voor buitenlandse politiek te verscherpen. Die instrumenten zijn: - strijdkrachten - diplomatie De diplomatie werd doelgerichter gemaakt en daarvoor was geld nodig. Dat verkreeg hij door een beter binnenlands bestuur ofwel centralisatie. Het gevolg: een conflict met de landelijke elite. Soms won de adel/ burgerij: - Nederlandse Opstand - Glorious Revolution Over het algemeen won de vorst: tijdperk van absolutisme (17e eeuw) en verlicht despotisme (18e eeuw). De inzet van ambtenaren was een belangrijk instrument voor de vorst. Rationalisering kent twee benaderingen: - Weber: tradities wijken voor formele regels - Historici: vrijblijvender: niet meer op bijbelse maar op een seculiere manier naar de wereld kijken Dit zet in de 17e eeuw goed door: wetenschappelijke revolutie. Wetenschappelijke Revolutie: doorgronden hoe de wereld in elkaar zit (zonder God). Proberen overal op dezelfde manier naar te kijken, empirische gegevens verzamelen en op basis daarvan wetmatigheden vinden. Confessionalisering Palmer zegt: de verschillen in leer/ dogma zijn belangrijk voor de Anglicaanse, Calvinistische, Lutheraanse en Rooms Katholieke kerken. Tot 1648 werden er oorlogen gevoerd om religieuze motieven, daarna niet meer. Het verschijnsel is ooit anders omschreven door H. Schilling: de geloofsbeleving verandert door de reformatie. De oude magische/ sacrale opvatting was dat heiligen aanspraakbaar waren en je konden helpen (dit stelde Max Weber vast). Dit geloof in het magische verdwijnt en de nadruk komt te liggen op een persoonlijke relatie. Kerken proberen mensen aan zich te binden, onder andere door een confessie te maken: - 1530 Augsburg (Lutheranen) - 1536, 1566 Helvetië (Calvinisten) - 1564 Trente (Katholieken) - 1563 39 artikelen. Er komen zondagscholen om mensen te leren lezen. Ook ontstaat er een nauwe samenwerking tussen kerk en staat, en een disciplinering (M. Foucault): mensen moeten bepaalde leefregels houden en er is hierop meer controle van en door de mensen om je heen. Europese expansie Europese expansie overzee. Waarom belangrijk? Omdat Amerika belangrijk is. Portugese ontdekkingsreizen van de 15e eeuw. Portugese handelsschepen varen de kusten af. Vanaf de 15e eeuw: Portugezen verkennen de westkust van Afrika. Rond 1440 koloniseerden ze de Azoren. Hun voornaamste motieven waren visserij en de jacht op robben. Nadat de weg via het Midden-Oosten geblokkeerd is proberen de Portugezen om Afrika heen te varen om zo Indië te bereiken. Waarom? Motieven: - handel o schatten in Azië aanboren - geloofsijver --> voortzetting van de kruistochten o om Afrika heen varen en de moslims in de rug aanvallen - persoonlijke roem - wetenschappelijke nieuwsgierigheid Mogelijkheden: - technische kennis o navigatie, onder andere via de sterren - een goed schip, het karveel, dat geschikt was om op open zee te varen Niccolo Machiavelli (1469-1527) - wordt gezien als de grondlegger van de politicologie - leefde in de Renaissance, in plaats van het geloof komt de mens nu centraal te staan (antropocentrisch) - Il Principe: tijdloze adviezen aan vorsten/ heersers Het conflict: is Machiavelli een profeet of een duivel? Hij ontnam de vorst de religieuze legitimering van zijn macht en de kerk ontnam hij ook de legitimering van haar macht. Jeugd en omgeving (1469-1498) Niet veel over bekend. Hij werd geboren op 3 mei 1469 in Florence. In dat jaar kreeg Lorenzo De Medici daar de macht. Afkomstig uit een van beide kanten vooraanstaand geslacht dat erg verarmd was. Hij leerde Latijn maar geen Grieks, terwijl alle humanisten die taal goed hoorden te kennen. Hij groeide op met veel boeken om zich heen, dat is apart aangezien de boekdrukkunst nog maar net was uitgevonden. In het openbare leven (1498-1512) Savonarola heeft in de voorgaande periode de macht (soort van Talibanbewind). Italië zelf is zeer versnipperd (Napels, Pauselijke Staten, Florence, Milaan, Venetië). Lorenzo De Medici: een tiran die in 1469 aan de macht kwam. Frankrijk dreigde constant Noord-Italië binnen te vallen maar Lorenzo beëindigde dit. Zijn opvolger Giero De Medici slaagde hier niet meer in: in 1494 viel Frankrijk Florence binnen. Giero De Medici moest weg en van dit vacuüm maakte Savonarola gebruik. Hij beeldde het uit als een straf van God en maakte van Florence een theocratie. Alle luxe-artikelen zijn verboden. Aanvankelijk heeft hij succes door de rust die hij brengt. Hij wil de katholieke kerk hervormen en daarom doet de paus hem in de ban. Hij wordt gewipt en tot de brandstapel veroordeeld. Piero Soderini wordt de nieuwe leider van de Republiek van Florence. In 1498 wordt Machiavelli secretaris van de Tweede Kanselarij en houdt zich bezig met buitenlandse betrekkingen. In die functie bezoekt hij veel landen. Zijn reizen hebben tot doel de positie van Florence te stabiliseren, zeker gezien de zwakte die bleek bij de Franse inval in 1494 (tevens het jaar waarin de Frans-Duitse rivaliteit ontstond). Machiavelli kende in zijn functie twee dreigingen: - Cesare Borgia, de zoon van de paus, die als machthebber in Noord-Italië Florence bedreigde. Cesare Borgia mag van zijn vader een leger bouwen om de Pauselijke Staten uit te breiden. Machiavelli onderhandelde met hem. Borgia maakte veel indruk op hem doordat Borgia zijn tegenstanders zeer wreed en vals uit de weg ruimde. - Oorlog tegen Pisa. Pisa hoorde bij Florence tot 1494, daarna was Florence dus zijn havenstad kwijt. Machiavelli organiseert de defensie en vormt een leger uit Florentijnen (dat was apart want men gebruikte in die tijd alleen maar buitenlandse huurlingen, "condottiëri"). In 1509 verovert dit leger Pisa. In 1512 vallen Spaanse soldaten Florence binnen en is Machiavelli's leger machteloos. Wederom is er onrust, waardoor Soderini aan de kant wordt geschoven en De Medici de macht terugnemen. Machiavelli wordt ontslagen. Vervolgens wordt hij ten onrechte genoemd op een lijst van samenzweerders tegen De Medici en komt in de gevangenis. Als schrijver (1513-1527) In 1513 komt paus Leo X aan de macht en hij verleent amnestie aan Machiavelli. Hij krijgt echter geen eerherstel maar wordt verbannen naar het landgoed van zijn vader. Hij schreef Il Principe in het Italiaans/ Toscaanse dialect in 1513 en 1514. Het boek is een reeks van adviezen aan een heerser: - Hoe verover je macht? - Hoe houd je macht vast? Een vorst moet altijd heel goed zijn doel voor ogen houden en op een rationele manier de middelen verzinnen om dit te bereiken. Doel en middelen staan los van elkaar. - Sommige heersers hebben wreedheid nodig, dat is geoorloofd. - Echter elke heerser moet ook positieve dingen doen, rechtvaardig zijn. - De heerser moet altijd zorgen dat er genoeg geld is. "Het doel heiligt de middelen". Volgens Machiavelli kunnen middelen ook verdorven zijn, maar helaas heb je ze soms nodig. De mensbeschouwing van Machiavelli: de geschiedenis kan zich herhalen, de mens schikt zich naar natuurlijke wetten. Je kan leren van de geschiedenis. De vorst moet virtu, deugd bezitten: moed, snel beslissen, dapperheid. De christelijke godsdienst heeft de wereld zwak gemaakt, want de nadruk ligt daar op lijden en liefde. Beoordeling na zijn dood Machiavelli werd langzaamaan als minder gevaarlijk gezien en was vanaf 1526 weer ambtenaar. In 1527 trokken Spaanse en Italiaanse soldaten Florence binnen en verloren De Medici hun macht. Machiavelli overleed. In 1535 verketterde een Engelse kardinaal Machiavelli omdat hij de staat boven de kerk had gesteld. De katholieke kerk nam deze verkettering over. De Bartholomeusnacht in 1572, georganiseerd door Catharina De Medici, was door Machiavelli geïnspireerd. "The old Nick", Niccolo oftewel de duivel. Machiavelli werd tot in de 19e eeuw gezien als duivel, maar tegenwoordig wordt hij steeds vaker als ziener gezien. Werkcollege 7-12-2001 1. Waarom is Renaissance soms een misleidend begrip? Het woord houdt een wedergeboorte in van Grieks/ Romeinse cultuur. Echter het suggereert een gebeurtenis, terwijl het om een geleidelijke ontwikkeling gaat. Er is continuïteit ten opzichte van de Middeleeuwen. Vanaf de Renaissance wordt geloof meer geseculariseerd. Er is ook continuïteit ten opzichte van de moderne wereld: het mensbeeld van de mens als zelfstandig intelligent en vrij wezen. Renaissance is in het begin iets van de elite en dringt langzaam door naar de lagere kringen. 2. Op welke manier hervatten de Nieuwe Monarchen het in de 14e en 15e eeuw onderbroken proces van staatsvorming in West-Europa? Het proces was onderbroken door de Zwarte Dood. Daarna is er chaos waarin machtige edelen hun eigen oorlogjes uitvechten. De Nieuwe Monarchen streven naar centralisatie en eenheid binnen hun koninkrijk. De adel profiteerde van de chaos en probeerde de Nieuwe Monarchen tegen te werken. De koning echter heeft hulp van de burgers en middenklasse en bovendien een leger van huurlingen. Hij geeft orde en rust, en in ruil hiervoor betaalt het volk belastingen en levert mensen voor het leger. Er komt een ambtenarenapparaat die dit alles regelt. Vertegenwoordigende lichamen (parlement en rechtspraak) zitten vol met adel, maar worden door de Nieuwe Monarchen genegeerd. Romeins Recht is belangrijk voor centralisatie en eenheid: de koning moet zijn patronage zien te legitimeren. Romeins Recht zet als enige de keizer boven de rest, en dat wordt door de vorsten gebruikt ter versterking van hun machtsbasis. Het gewoonterecht (elke gemeenschap heeft zijn eigen recht) wordt vervangen door een overal geldig recht: het Romeinse Recht. Begrippen Jacqueries - grote boerenopstanden in Frankrijk. Simony - het kopen en verkopen van kerkelijke ambten. Nepotisme - familie in kerkelijke ambten benoemen, bisdommen in de familie houden. Pragmatic Sanction of Bourges - Frankrijk 1438: Franse kerk wordt onafhankelijk van Rome (Gallicaanse kerk). De koning neemt het gezag over van de paus. Annaten - bisschop moet opbrengst van zijn eerste jaar niet meer aan de paus maar aan de koning afstaan. Quattrocènto - 15e eeuw. Book of the courtier - etikettenboek van de castiglionen voor de adel aan het hof. "Het boek van de hoveling". Dr. Faustus - een man die zijn ziel aan de duivel zou hebben verkocht in ruil voor kennis en macht. Brothers of the Common Life - religieuze beweging van Geert Grote. "Broeders van het Gemene Leven": predikt eenvoud in geloof. Star Chamber - kamer in het koninklijk paleis met het gerechtshof van de koning. Reconquista - verovering van Spanje op de Moren (1492). Marranos - tot het christendom bekeerde Joden. Maarten Luther (1483-1546) Hij wist al snel dat hij theologie wou studeren en waar zijn onvrede lag met de katholieke leer. Hij hechtte veel waarde aan de "salvation": het leven is een test en aan het einde volgt het oordeel van God. Luther persoonlijk dacht dat hij teveel zonden beging en dat zijn erfzonden gecombineerd met de hypocrisie achter zijn goede daden hem nooit in de hemel zouden brengen. Echter er waren twee personen die hem de oplossing boden voor zijn probleem: - Paulus: voor God hoef je niet perfect te zijn - Augustinus: God geeft de mensen een kracht om het goede te doen Conclusie: geloof alleen is genoeg en geeft bovendien kracht: sola fide. Conflict met de kerk - Alleen priesters (niet God) kunnen genade geven Door de ideeën van Luther was de hele structuur van de Rooms Katholieke kerk overbodig geworden. - Alleen de Rooms Katholieke kerk bepaalt wat goed is. Luther bevordert het persoonlijke. Waar baseert de kerk al die regeltjes op? Sola scriptura oftewel alleen de bijbel zegt je hoe het moet. Conflict tussen koning en keizer Een aflaat was een goede daad, die je zonde zou opheffen. De verkoop van aflaten stuitte op weerstand. Een concurrerende kloosterorde (Luther was Benedictijn), de Dominicanen, dachten dat Luther te ver was gegaan, dat hij te ver afweek van de kerkleer van Thomas van Aquino, en daarmee was hij een ketter. Frederik van Saksen was bang dat zijn Luther in Rome verbrand zou worden en zorgde dat Luther berecht kon worden in Duitsland. De paus deed Luther in de ban en daarna werd hij geëxcommuniceerd. Daarmee was hij volledig afhankelijk van de gratie van Frederik van Saksen. Toen ook de keizer deze excommunicatie bekrachtigde omdat Luther weigerde zijn woorden terug te nemen, liet Frederik Luther ontvoeren en zo werd hij gered. Het conflict tussen koning en keizer werd veroorzaakt doordat de keizer een steeds vastere greep op zijn rijk wilde krijgen, terwijl koningen het eigenlijk zelf voor het zeggen wilden hebben. Uiteindelijk krijgen Duitse vorsten, die protestants gezind zijn, de steun van de Franse koning in hun strijd tegen de keizer. Zo mag ieder koninkrijkje zijn eigen religie kiezen: cuius regio, eius religio. Werkcollege 14-12-2001 1. Lutheranisme en Calvinisme Overeenkomsten: o Kritiek op de Rooms Katholieke Kerk. o Sola fide en sola scriptura --> gratie komt alleen van God. Verschillen: o Predestinatieleer (uitverkiezing). Calvijn: 144000 mensen betreden straks de hemel. Zijn leer is radicaal, predestinatie is een zeer belangrijk punt. o Bij Luther blijven er bisschoppen. o Relatie kerk-staat. Wereldlijke macht/ geestelijke macht. Luther: wereldlijke macht is van God gegeven en mag dus alles doen. Calvijn: de staat mag de kerk niet overheersen. Calvijn probeert in plaats daarvan de staat de kerstenen. 2. Tijdens de reformatie waren er onder Hendrik VIII, Eduard VI, Maria en Elisabeth diverse veranderingen. Hendrik VIII scheidde de kerk af van het Roomse gezag. De kerk bleef katholiek, werd niet protestants. Hendrik schafte ook de kloosters af en nam hun bezit in beslag. Zo viel de machtspositie van de kerk weg. Door de bezittingen van kloosters aan edelen weg te geven verwierf Hendrik steun voor zijn maatregelen. Eduard VI was 10 jaar oud toen hij de troon besteeg. Er was zwak bestuur, de macht lag bij het hof. Veel nieuwe ideeën konden het land binnenkomen. Maria, oudere zus van Eduard, was streng katholiek en aanhangster van de paus. Alle ketters kwamen op de brandstapel, maar ze maakte het katholicisme alleen maar impopulair. Elisabeth was een andere zus van Eduard. Zij maakte de Anglicaande kerk tot staatskerk. Deze kerk was Luthers in organisatie, en mild Calvinistisch in inhoud. Ze dwong iedereen met succes om Anglicaan te worden. Rond 1600 was nog maar 3% van Engeland katholiek. Christophorus Columbus (1451-1506) Ook Columbus wou Azië bereiken maar dan via het westen. Hij werd geboren in/ nabij Genua. Genuezen waren zeevaarders en Columbus ook. Voor Genua voer hij langs allerlei kusten (tot aan Engeland en West-Afrika toe) als handelsreiziger. De Genuezen vestigden zich overal. Columbus ging in Lissabon wonen. Hij was een sociale stijger: wou een mooie carrière maken. Hij trouwde met de dochter van een Portugese edelman, waardoor hij weer een sprongetje maakte op de sociale ladder. Zijn streven was rijk worden en een adellijke titel verkrijgen. Het middel dat hij had was zijn kennis van zeevaart. Zijn plannetje was, dat als hij via een omweg een nieuw deel van Azië zou ontdekken, met nieuwe schatten, dat hij dan in één klap zijn hele doel zou bereiken. Columbus ging studeren. Men wist al lang dat de wereld rond was, maar Columbus schatte de omtrek ervan ongeveer een kwart te klein. Met die fout was het logisch om te concluderen dat de Atlantische Oceaan overgestoken moest worden om Azië te bereiken. Het enige dat hij nog nodig had was een vorst die hem zou steunen. Jan II van Portugal wees het af om onbekende oorzaken. Het Hof van Castilië (met Aragon verenigd door een huwelijk tussen Isabella en Ferdinand) was zijn tweede kans. Echter Isabella was bezig met de verovering van Granada. Het was een te grote vraag van haar om èn deze oorlog te voeren èn ook nog eens een nieuw land te exploiteren. Toen in 1492 Granada was overwonnen kreeg Columbus alsnog een toezegging. Als Columbus zou slagen zou Isabella hem onderkoning maken van de gebieden die hij had veroverd, een adellijke titel geven en daarmee ook een deel van de opbrengst. Columbus vertrekt eerst naar de Canarische Eilanden en vaart daarna naar het westen. Hij koos hiermee de goede breedtegraagd om met de passaat (oostenwind) mee te varen (of hij dit bewust deed is onbekend). Na 35 dagen kwam hij land tegen en noemde het San Salvador. Vervolgens kwam hij op een groot eiland, "Hispaniola" (de Dominicaanse Republiek). Na een poosje nam hij de noordelijke route weer terug. In mei 1493 mocht Columbus een tweede reis maken. Isabella en Ferdinand smeken de paus om het alleenrecht in de nieuwe gebieden en daarop hakt de paus de wereld in tweeën. De tweede reis nam hij een meer zuidelijke route en kwam op Dominica aan. Uiteindelijk kwam hij weer op Hispaniola terecht, alwaar hij ontdekte dat al zijn mannen waren gedood door Indianen. Ook was het klimaat niet zo tof en er was bijzonder weinig goud te vinden. Met de muiterij die hierop uitbreekt kan Columbus niet zo heel goed omgaan. In 1498 mag Columbus, omdat de Spaanse kroon vertrouwen houdt, toch nog voor een derde keer. Nog een stukje zuidelijker komt hij op Trinidad (genoemd naar de Drie-Eenheid). Hier zijn de eerste tekenen dat er echt een groot continent in de buurt ligt. In 1499 stuurt de kroon een nieuwe gouverneur die Columbus arresteert en terugstuurt. Isabella en Ferdinand ontnemen hem de mogelijkheid ooit nog een bestuurlijke functie te krijgen maar houden hem in ere vanwege zijn verdiensten. Ze laten hem zelfs nog één reis maken, naar Zuid-Amerika (overtuigd door Columbus' sterke vermoedens dat er een continent ligt vlakbij die eilanden). In 1502 gaat hij via Hispaniola naar de kust van Midden-Amerika, waarop hij in 1504 terugvaart en strandt op Jamaica, alwaar hij wordt gered door landgenoten uit Hispaniola. In 1506 sterft hij in Spanje. De ontdekking van "Amerika" Al snel na 1492 zeiden de mensen dat het continent nooit Azië kon zijn. Amerigo Vespucci was hiervan de eerste. Na Columbus' overlijden wist zo'n beetje iedereen dat het om een Nieuwe Wereld ging. Gevolgen van deze ontdekking was de vestiging van een gigantisch nieuw Spaans koloniaal rijk. Drie groepen waren hiervoor verantwoordelijk: - de Spaande kroon, die het ontdekte gebied opeiste - de Spaanse geestelijkheid, die het opeiste als evangelisatiegebied - de Spaanse adel, die alleen werd gedreven door roem (immers nadat de moslims weg waren uit Spanje zagen zij hier een nieuw gebied om - militaire - roem te halen) --> levensdoel: dien God en word rijk Portugees handelsrijk Portugal gaat handelen met Zuid-Azië. Via Afrika vestigen zij aldaar een groot handelsrijk. Het is een onhandig rijk, anders van karakter dan het Spaanse koloniale rijk. Spanje had immers vestigingskoloniën waar Portugal slechts kleine handelskoloniën stichtte. Bestuurlijk en militair was Azië te sterk om te veroveren. Alleen op zee was Europa (Portugal) sterker door onder andere kanonnen. De Portugezen ontdekten op een gegeven moment dat om Afrika heenreizen sneller ging als je via Brazilië ging. Omdat het op hun helft van de wereld lag mochten ze het uiteindelijk koloniseren van de paus. Slotgedachte Het is zaak om het fenomeen Columbus te begrijpen (zijn achtergrond, persoonlijkheid, ambities, toewijding). Begrijp de betekenis van de ontdekking van Amerika, de betekenis van de Europese expansie overzee. Begrippen Treaty of 1494 - Tordesillas: de verdeling van de wereld door Portugal en Spanje, onder toezicht van de paus. Conquista - de verovering van Amerika. Black Legend - legende over de verovering van het Incarijk/ de Maya's. Vijanden voeren hiermee anti-Spaanse propaganda. Commerciële Revolutie - handelsrevolutie. De economie wordt gekapitaliseerd: het vraag en aanbodprincipe wordt belangrijker. Middeleeuwen: stad en omliggend land is het centrum van de handel. Nu: - grotere regio's (internationaal) - goederen vooruit produceren (voorraad) - bewust winststreven gevolg: van stad- naar staat-denken - investeren van winst (om de winst te vergroten) Andere term hiervoor: Commercial kapitalism. Town-and-guild framework - belangenorganisatie van mensen uit dezelfde beroepsgroep. Wordt in de Nieuwe Tijd afgebroken. Er was zo namelijk geen concurrentie mogelijk. Putting-out-system - uitbesteden van productie (door handelaren) aan mensen buiten gilden. De handelaar blijft constant eigenaar van de grondstof en het eindproduct. Bullionisme - het doel om de hoeveelheid goud en zilver in je land te maximaliseren om zo welvaart te verkrijgen. Chartered companies - dit zijn gepriviligeerde handelsondernemingen (zoals de VOC). Ze krijgen een monopolie van de vorst, het alleenrecht om ergens te handelen. Tevens krijgen ze politieke macht, het recht om oorlogen te voeren. Werkcollege 21-12-2001 2. Wat waren de basisprincipes van mercantilisme en wat was het verband met de Nieuwe Monarchen? De vorst probeert de staat de centraliseren en zo ook de economie: mercantilisme. Bullionisme was de gedachte hierachter. De monarch geeft de economie regels om goud en zilver binnen te halen. Hij probeerde de verkoop van goederen te stimuleren. En de inkoop ervan door belastingen af te remmen. Arbeid: goede arbeiders mogen niet de staat verlaten en de vorst probeert goede buitenlandse arbeiders naar zijn staat toe te lokken. Armen/ zwervers: zij worden verplicht te werken. Bedrijven worden gesubsidiëerd om zwervers aan te stellen (op een soort gevangenis-achtige manier). Filips II (1527-1598) Introductie onderwerp Wederom is het thema confessionalisering. In 1998 was de 400e sterfdag van Filips II. Zijn biografen zijn Henri Kamen, Geoffrey Parker, Patrick Williams. Zij gaven een nieuw beeld van Filips, oude beelden werden vooral gedomineerd door mensen die hem niet zo tof vonden. De nieuwe biografieën echter slaan weer door tot verheerlijking (vooral Kamen). Welke gebieden had Filips II in zijn bezit? Filips bezat de helft van de gebieden die Karal V had. - Spanje en Napels --> daarvan was hij koning. - Sicilië en Milaan. Vooral Milaan was belangrijk voor de Spanish Road: aanvoerroute voor Spaanse soldaten naar de Nederlanden. - Franche Comté (Bourgondië). - De Nederlanden (Noordelijke Nederlanden raakte hij kwijt). - Portugal erfde hij in 1580. - In Engeland had hij van 1554-1558 invloed via zijn vrouw Mary Tudor. - Peru, Mexico en Cuba --> Nieuw Spanje. - Brazilië, Guinea, Mozambique (Portugese koloniën). - Tanger (Noord-Afrikaanse stad). - De Filippijnen. Het is dus een heel verspreid gebied, lastig te verdedigen en bovendien was Filips het enige bindmiddel van dit rijk. Door vijanden werd het echter ook als één rijk gezien. Onder deze vijanden waren ook de Oostenrijkse Habsburgers. Filips voerde veel oorlogen: alleen in de 1e helft van 1577 was hij met niemand in oorlog. De jeugdjaren van Don Filips (1527-1543) Karel V trouwde in 1526 met Isabella van Portugal en op 21 mei 1527 werd Filips geboren in Valladolid. Hij werd in Spanje en Spaanstalig opgevoed. Dit had zin oorzaak in de opstand van 1520 in Castilië, die Karel V kon bedwingen door de belofte te doen in Spanje te gaan wonen. Daardoor beschouwde Filips zich als Spanjaard. De emoties die Karel V in Castilië opriep, het vervreemde, waren vergelijkbaar met wat Filips II opriep in de Nederlanden. Onder andere doordat Filips geen Nederlands sprak, zoals Karel geen Spaans sprak. In 1539 stierf Isabella. Filips wordt verder opgevoed door pedagogen, die hem naast schermen ook les gaven in zelfbeheersing - hier stamt de klassieke eigenschap van Filips, waardoor niemand ooit hoogte van hem kon krijgen. Op weg naar de macht (1543-1558) Filips mag als zestienjarige voor het eerst zijn vader bij afwezigheid vervangen. In datzelfde jaar trouwt hij met de Portugese prinses Maria Manuela. In 1545 wordt Don Carlos geboren (genoemd naar zijn opa), en hierbij sterft Maria Manuela. Als reactie hierop trekt Filips zich drie weken terug in een klooster. Karel gaf Filips enkele regels mee, waaronder: ga niet in onderhandeling met ketters. Van 1548-1551 maken ze een grote reis door de erflanden. In 1549 komt hij in de Nederlanden, die indruk op hem maakten door de kunst en de architectuur. Het ging niet meer zo goed met Karels gezondheid. Filips II moest Karel ook opvolgen in Duitsland maar men wilde dat daar niet. Daarom kozen ze na Karels aftreden diens broer Ferdinand tot keizer. Karel regelt tot Filips' woede een nieuw huwelijk met Maria Tudor. Gelukkig sterft ze in 1558 na 4 jaar huwelijk. In 1554 zorgt Karel dat Filips alvast koning wordt van Napels en Milaan, en in 1555 wordt hij ook heer der Nederlanden. In 1556 treedt Karel helemaal af en is Filips ook koning van Spanje. Omdat Karel een erg zielige verschijning is tijdens de overdrachtsceremonie in de Nederlanden, besluit Filips om nooit af te gaan treden. Karel zou nog tot zijn dood in 1558 invloed blijven houden, bijvoorbeeld toen hij de plannen van Filips om vrede te sluiten met Frankrijk in de war schopte. Filips was in 1558 eindelijk helemaal vrij, ook van zijn vrouw Maria Tudor. Met de troonsbestijging van Elisabeth komt er een einde aan de goede relatie tussen Engeland en Frankrijk. Filips strijdend vanuit Spanje (1559-1598) In 1559 komt er toch vrede met Frankrijk: de vrede van Cateau-Cambresis), bezegeld met een huwelijk van Filips met de Franse prinses Elisabeth. Dit huwelijk betekent tevens Filips' definitieve vertrek uit Engeland. Hij krijgt met Elisabeth twee dochters. Het eerste openbare optreden van Filips in Spanje was bij een grote ketterijvervolging. Filips als koning stelde allerlei adviseurs aan maar wilde zelf alle touwtjes in handen houden. Gevolg: traagheid (het sturen van een brief naar Brussel duurde twee weken en daar kwam dus nog bij dat alles door Filips persoonlijk afgehandeld moest worden). Elke adviesraad is gericht op een bepaald gebied of beleidsterrein. Zijn trouwste adviseurs waren degenen die bij hem waren op zijn bezoek aan Engeland in 1554. Hij wordt wel de "Papieren Koning" genoemd: Filips wou alles op papier hebben, schreef al zijn correspondentie. Hij maakte Madrid tot het regeringscentrum van Spanje. Na 1557 had hij nooit meer persoonlijk de leiding over zijn leger zodat hij bij een nederlaag zijn generaal de schuld kon geven. El Escorial (vgl. Versailles!): zowel een paleis als een klooster waar Filips woonden als monnik. Hij had overal paleizen met adviesraden en reisde heen en weer tussen die paleisen (ondertussen moest de hele boekhouding meereizen). Groeiende zorgen De Oostenrijkse Habsburgers, de Stadstaat Genua (onderdeel van de Spanish Road), Lotharingen (waar familie De Guize aan de macht was) en de Zwitserse kantons waren bondgenoten van Filips. De Nederlandse opstandelingen, Elisabeth van Engeland, de Turken, Franse Hugenoten en Morisco's waren zijn vijanden. Nederlanden: vanaf 1566 beeldenstorm en oorlog. Filips had geen goede relatie met Alva. In 1572: Nederlandse Opstand was succesvol. Familiezaken: Don Carlos is niet competent en als hij naar Nederland wil om de Opstand te bedwingen en Filips laat hem hierop in de gevangenis zetten (alwaar hij overlijdt). Zijn vrouw sterft en om een opvolger te krijgen trouwt hij met zijn nicht Anna van Oostenrijk. Filips III wordt uit dit huwelijk geboren. De Morisco's krijgen hulp van zeerovers en die zijn weer verbonden aan de Turken. Filips onderdrukt de Morisco's en probeert een integratiepolitiek. In 1570 verovert Filips Tunis op de Turken en verslaat hen in 1571 bij het Griekse Lepanto. Filips wil dan eerst de Engelsen gaan uitschakelen. De Armada gaat echter in 1588 ten onder tegen de Engelsen (Protestantse wind). Zijn laatste jaren: vanaf 1580 verdwijnt de bedachtzamen Filips en wordt hij roekelozer. Zijn gezondheid neemt af (zit in een rolstoel) maar hij weigert troonsafstand te doen. Hij had met testamenten zijn opvolging goed voorbereid. In 1598 was er vrede met Frankrijk maar niet met Nederland. Confessionalisering Samenwerking tussen kerk en staat met wederzijds voordeel. Filips hoort bij de eerste fase hiervan: de staat steunt de kerk. Hoe? Hij gaf zelf het goede voorbeeld, leefde heel vroom en christelijk en was oprecht. Echter soms werd geloof ook aangewend om theatraal te doen. Hij eiste ook van zijn onderdanen dat ze gedisciplineerd leefden. Ook zijn adviseurs. Hij speelde een grote rol bij het concilie van Trente. Gevolg was dat hij dit concilie goed ten uitvoer probeerde te brengen. Zo liet hij de politieke indeling en de kerkelijke bisdommen samenvallen, en stelde opgeleide bisschoppen aan. Hij verzorgde een goede scholing. Hij steunde de Inquisitie, nieuwe geestelijke orden (Jezuïten). Tot slot: hij probeerde mensen buiten Europa te bekeren (en met succes). Hij was heel principiëel, onderhandelde nooit met ketters en dat kostte teveel geld en energie. Gevolg: de neergang van Spanje begon bij hem. Werkcollege 11-1-2002 1. Verklaringen van Palmer voor het uitbreken van de Nederlandse Opstand: o de Inquisitie gaat protestanten aanpakken en openbaar terechtstellen (nogal grof) o de adel en de steden zijn bang hun privileges kwijt te raken o centralisatie, buitenlanders hebben leidende functies o penningen, nieuwe belastingen (tienden) --> gaat allemaal naar Spanje o Raad der Troebelen (Bloedraad), Alva regeert met ijzeren hand 2. Edict van Nantes: de katholieke Hendrik IV (was dus ooit protestant): o gelijke civiele rechten o protestanten krijgen de middelen om zich te verdedigen in steden (een soort Vrede van Augsburg voor de Fransen) 3. DE DERTIGJARIGE OORLOG Boheemse fase (1618-1625) Bohemen is een koninkrijk. De keizer van het Heilige Roomse Rijk is ook altijd de koning van Bohemen. De keizer/ koning heeft als keurvorst weer een stem in de nieuwe keizerverkiezing. De Calvinisten in Duitsland komen in opstand en de katholieke keizer stuurt troepen om dit op te lossen, en behaalt de overwinning in de Battle of the white mountain. Hierop kiezen de rebellen een nieuwe koning (wat eigenlijk niet mag): ze kiezen de Paltsgraaf (Palatine in Palmer) Frederik V in 1619. Hij wordt ook wel de "Winterkoning" genoemd vanwege zijn korte aanblijven. De koningen voelen zich betrokken bij de protestanten in Bohemen en zoeken buitenlandse hulp: o Spanje * Katholiek geloof * Familie (Habsburgers) * Opstand in de Nederlanden (Spaanse Route via Milaan en Duitsland) * De Palts lag tussen Bourgondië (Spaans) en Nederland in en was dus voor de Spanjaarden van belang. o Denemarken/ Zweden * Religieus belang (Luthers) * Machtspolitiek belang De koning van Denemarken is ook de hertog van Holstein en wil Holstein uitbouwen tot een koninkrijk voor zijn tweede zoon. Hij heeft geen succes: Wallerstein drijft ze terug tot in Denemarken. Gustavus Adolfus II van Zweden wil de hele Oostzee domineren (belangrijk voor graan). Hij is wel succesvol: hij komt zelfs tot aan de Donau. In 1632 gaat hij helaas dood en dat is gelijk een keerpunt. o Frankrijk: Richelieu steunt de protestanten. Zijn reden: de Fransen zien de Habsburgers als een bedreiging, zijn bang voor een "Habsburgse omsingeling". Hij stuurt geld om een Duits leger te financieren. 4. Vrede van Westfalen (Münster en Osnabrück) o Het statensysteem ontstaat: soevereinen hoeven geen hogere macht (paus) meer te erkennen. o De keizer is de grote verliezer: meer macht gaat over naar de ongeveer 300 vorsten in Duitsland. De keizer wordt beperkt: * Hij heeft geen eigen leger meer. * Hij mag geen algemeen economisch beleid meer maken. * Hij mag geen oorlogen meer beginnen. o Zwitserland en de Noordelijke Nederlanden worden onafhankelijk o Frankrijk en Zweden zijn de winnaars, en krijgen respectievelijk Elzas en een stuk van de Oostzeekust. o Op godsdienstig gebied: de Vrede van Augsburg wordt bekrachtigd, vorsten mogen zelf de religie kiezen. * Het einde van de godsdienstoorlogen. * Ook de Calvinisten zijn nu erkend in Duitsland. Begrippen Politiques - gematigde protestanten/ katholieken in Frankrijk. Volgens hen is de oplossing acceptatie, en is religie niet belangrijk genoeg om voor te moorden. Peace of Alais (1619) - protestanten worden verslagen door de koning van Frankrijk, het edict van Nantes wordt geheel ingetrokken. Edict van Restitutie (1619) - tijdens de Dertigjarige Oorlog wordt de Vrede van Augsburg weer herroepen. Ius reformandi - het recht om te hervormen. Franse edelen eisen dit, zij willen hun eigen "Augsburg". Joyeuse Entrée - blijde intrede, rondrit van Filips II in de Nederlanden. Hij sluit hier een contract waarin hij moet zweren dat hij de privileges van de gewesten zal handhaven. Armada católica - Spaanse vloot, in 1588 ten onder gegaan tegen Engeland. Lodewijk XIV (1638-1715) Introductie Lodewijk is erg lang koning geweest (18 jaar samen met Mazarin, 54 jaar alleen). Zijn zelfverheerlijking is enorm (i.t.t. Filips II), hij doet aan sacralisering. Zijn bijnaam is de Zonnekoning (ook "De Grote" maar die is niet de geschiedenis in gegaan). Hij was koning in de periode na de Vrede van Westfalen. Religie speelt dus een kleinere rol in oorlogen, het machtigste centrum van Europa verschuift naar Frankrijk. Lodewijk XIV is een lid van de Bourbondynastie (Hendrik IV en Lodewijk XIII ook, die beide werden overvleugeld door Richelieu). Het prille begin Huwelijk tussen Lodewijk XIII en Anna van Oostenrijk (een andere als die van Filips II). Het was al 22 jaar kinderloos toen in 1638 Lodewijk XIV werd geboren. Bij de weg: in 1638 werd Hugo de Groot ambassadeur van Zweden in Frankrijk. Hugo was remonstrant en de Republiek ontvlucht (boekenkist). Lodewijk was dus lid van de Bourbondynastie maar ook een zoon van Anna van Oostenrijk, de kleindochter van de vrouw van Filips II). Hij heeft dus ook Habsburgs bloed en ook nog eens De Medici bloed. Koning met Mazarin (1643-1661) In 1643 sterft Lodewijk XIII. Lodewijk XIV wordt koning en ook zo, als Gods plaatsvervanger op aarde, behandeld. Anna wordt regentesse en daarnaast komt kardinaal Mazarin als eerste minister. Feitelijk heeft hij de touwtjes in handen (tevens was hij de opvolger van Richelieu). Van 1648-1652 is er de Fronde Opstand. De hoge adel en parlementen willen niet dat de koning wetten kan uitvaardigen zonder hen te raadplegen. Deze opstand mislukte, Mazarin stelde de macht van de koning veilig. Deze opstand had veel invloed op Lodewijk: hij kreeg een hekel aan het Parijs dat hij had moeten ontvluchten en wilde alles zelf in handen hebben, en erg fel criminaliteit bestrijden. Sacralisering: Lodewijk werd pas in 1654 gezalfd tot koning. Na de Vrede van Westfalen hebben alleen Frankrijk en Spanje nog oorlog. Precies een eeuw na Cateau Cambresis sloten Spanje en Frankrijk in 1659 de Vrede van de Pyreneeën. Het werd bezegeld met een huwelijk: Lodewijk XIV trouwt in 1660 gedwongen met de Spaanse Maria Theresia. Hij hield er veel maitresses op na waaronder zijn jeugdliefde. Madame de Maintenon is de tweede vrouw van Lodewijk na de dood van Maria in 1683. Het huwelijk is "morganatisch": ze is een burgermeisje, dus is wettelijk geregeld dat haar kinderen geen troonopvolgers konden zijn. Mazarin verzorgde zijn opleiding. Lodewijk was een sterke propagator van het pruikgebruik. Absoluut vorst zowel in theorie als in de praktijk In 1661 sterft Mazarin en wil Lodewijk geen eerste minister meer ("l'etat, c'est moi"). Absolutisme was al voorbereid en uitgedacht door Jean Baudin in de Franse godsdienstoorlogen en tijdens Lodewijks regering vulde Jacques Bossuet dit in. Theorie: - God is de bron van alle macht (meestal de vorst). - De vorst is alleen aan God verantwoording schuldig. - Wel is hij gebonden aan wetten maar hij mag ze ook zelf maken. Gevolg: - Grotere afstand tussen vorst en onderdanen. De onderdanen gaan de vorst als een heilige beschouwen. - Staat en godsdienst komen dichter bij elkaar. Lodewijk doet niet alles zelf (zoals Filips). Hij verzamelt heel veel raadgevers om zich heen. Net zoals de kerk professionaliseert de staat. Hierdoor komen er twee soorten adel: - noblesse de robe: nieuwe adel, ambtenaren - noblesse d'épée: oude adel (vonden de nieuwe edelen rond Lodewijk maar niks) Jean Baptiste Colbert: belangrijk raadgever, adviseerde Lodewijk om in Versailles te gaan wonen. Vanaf 1682 werd het hofleven geritualiseerd in Versailles. Er was een strenge disciplinering van zijn medewerkers, zodat ze geen opstanden zouden gaan beramen. Colbert stelde alles in dienst van de propaganda van Lodewijk en zijn bekendste bijdrage is een economische: de inkomsten van de staat verdubbelden. Er komt oorlog: vader en zoon Le Tellier waren bezig het leger te versterken. Het werd een gigantisch leger (400.000 man). De intendant deed als provinciale vertegenwoordiger van de koning ook aan de recrutering van soldaten. Lodewijk leidde het leger niet zelf omdat hij besefte dat hij daartoe niet genoeg vaardigheden had. Godsdienstig beleid Cuius regio eius religio: de vorst bepaalt de religie. Hierin pasten de Hugenoten niet en dus was het beleid van Lodewijk erop gericht om deze Hugenoten weer terug te brengen in de Gallicaanse kerk. In de jaren 1680 werden de rechten van de Hugenoten ingeperkt. Met de Vrede van Alais was er onder Richelieu al een eerste beperking gekomen. In 1685 kwam de herroeping van het Edict van Nantes door Lodewijk, Hugenoten waren weer verboden of gedwongen katholiek te worden. Gewetensvrijheid mocht nog wel maar dat zei niets. Lodewijks relatie met de paus was slecht vanwege belastingen voor kloosters. Bovendien had Lodewijk een verzoek om hulp tegen de Turken afgewezen. Hij was niet populair in Europa en kon dus een bewijs van orthodoxie goed gebruiken. Tweede bestreden groep was die van Jansenius, die een leer ontwikkelde die trekken had van het Calvinisme. De Jansenisten zaten rond Parijs en werden op verzoek van de paus verboden. Buitenlandse politiek Lodewijk wilde de Habsburgse omsingeling beëindigen door de Noordoostgrens te versterken. Hij wilde de Rijn als grens. Onder andere met de Zuidelijke Nederlanden heeft hij een conflict. Veel oorlogen die veel vijanden opleveren. Echter Frankrijk kocht ook vijanden om. De enige vaste vijand was de Republiek. Willem III was de leider van een coalitie tegen Lodewijk. Lodewijk bereikt zijn doel: de Spaanse Successieoorlog maakt een eind aan de Habsburgse hegemonie in Spanje. De kleinzoon van Lodewijk wordt koning. Spanje blijft dus zelfstandig en niet toegevoegd aan het rijk van Lodewijk. Het lukte Lodewijk ook niet om de Republiek de bedwingen en de Rijn geheel als grens te krijgen. De oorlogen zorgden dat Frankrijk enorm verarmde. Zonsondergang De grandeur van Lodewijk was voorbij, hij was erg oud en het geld was op. Hij trok zich terug en kwam na 1692 in een rolstoel. Alle hofceremonieel werd afgeschaft. Negatieve reacties De Hugenoten deden allerlei negatieve publicaties over Lodewijk. Tijdens zijn laatste decennia brokkelde zijn macht af. De Hugenoten noemden hem de Franse tiran, Machiavelli, Nero. Lodewijk was niet geïnteresseerd in godsdienst, hij wou het alleen gebruiken om zijn macht uit te breiden. Confessionalisering Er is een sterke relatie tussen kerkelijke en wereldlijke overheden. Een kerk die professionaliseerde en de staat die dat overnam en er gebruik van maakte. Schilling zei: confessionalisering speelde zich af in de periode 1550-1650. Wat Frankrijk betreft mag dat wel een paar decennia verlengd worden. Peter de Grote (1672-1425) Peter als Europees vorst Russische vorsten waren alleenheersers, uit op vergroting van hun macht, dus Peter was niet uniek. Zijn succes maakt hem ook niet uniek: in 1470 was Iwan III de Grote een zeer succesvol veroveraar geweest en Iwan IV de Verschrikkelijke veroverde Siberië. Peters veroveringen en die van zijn voorgangers maakten in het westen weinig indruk. Wat was er dan wel nieuw? Peter maakte van Rusland een machtsfactor in Europa. Levensloop Zijn jeugd (1672-1694) Hij is een zoon van tsaar Alexej uit de Romanovfamilie. Er vond een machtsstrijd plaats tussen de familie van zijn moeder en die van Alexejs eerste vrouw. Alexej sterft in 1676 en zijn zoon Fjodor II volgt hem op. De familie Miloslavsky dwingt de familie van Peter weg te gaan uit Moskou. Fjodor overleed in 1682 waardoor er een nieuwe machtsstrijd ontstond. Deze was fel en gewelddadig: de Narysjkins wilden Peter op de troon, de Miloslavskys wilden Peters halfbroer Ivan V. Tijdens deze strijd vindt er voor de ogen van Peter een bloedbad plaats op het Kremlin. Uiteindelijk komt er een compromis: beide worden ze tsaar en hun oudere (half)zus Sofia wordt regentes. In 1689 trouwt Peter en komt in conflict met Sofia: Peter wint en Sofia moet naar een klooster. Nog altijd verblijft Peter buiten de stad op het platteland, waar hij niet echt werd opgevoed om te regeren. Omdat hij nabij een buitenlandse buurt in Moskou woont komt hij met buitenlanders in contact. De Engelse generaal Gordon geeft hem les in de krijgskunst, de Hollander Frans Timmerman leert hem zeilen. De schaal hiervan neemt steeds toe: uiteindelijk heeft hij een vloot en twee garnizoenen. Hij voer naar de kustplaats Archangel en werd daarmee de eerste tsaar die ooit de zee zag. Zo was Peter aan het eind van zijn jeugd geen tsaar maar wel een militair en maritiem expert. In 1695 hervat Peter de strijd tegen de Turken en valt Azov aan. Een jaar later verovert hij deze stad. Tevens overlijdt Ivan waardoor Peter alleenheerser wordt. Zijn nieuwe doel is machtsvergroting, zonder mededogen. In 1697 en 1698 maakt Peter een lange reis langs alle Europese hoven. Zijn doel is steun te krijgen voor de strijd tegen het Ottomaanse Rijk en kennis te vergaren over scheepswerven. In Zaandam en Amsterdam verblijft Peter als leerling-scheepstimmerman. In augustus 1698 keer Peter terug, met meer dan ooit plannen om zijn vloot te versterken. Van 1700 tot 1721 voerde hij de Grote Noordse Oorlog. Rusland kreeg geen Europese steun tegen de Ottomanen omdat de Spaanse Successieoorlog belangrijker was. Peter verlegt zijn aandacht naar het Oostzeegebied. De gehele Oostzee is Zweeds gebied. Denemarken, Polen en Rusland willen dat graag beëindigen. Ruslands doel hierin was het verkrijgen van een havenplaats aan de Oostzeekust. In 1697 was Karel XII zijn vader in Zweden op vijftienjarige leeftijd opgevolgd, en drie jaar later werd hij aangevallen door een gecombineerd leger van Rusland (dat in 1700 net vrede had gesloten met de Turken), Polen en Saksen. Karel blijkt een briljant aanvoerder: in 1700 verslaat hij Rusland, dwingt Denemarken tot vrede, in 1701 verslaat hij Saksen en dwingt hun koning Augustus in 1706 tot vrede. Peter had inmiddels in 1703 een stuk Oostzeekust veroverd en begon gelijk een stad te bouwen: St. Petersburg. Vervolgens gaat Zweden Rusland in, maar de Russen passen de bekende tactiek toe: verschroeide aarde en daarna lekker een Russische winter er overheen. Karel XII en zijn leger zijn uitgeput en worden in 1709 bij Poltava verslagen. Dit is een ommekeer in de Noordse Oorlog. In 1710 dwingen de Turken vrede af en verliest Peter Azov. Dus gaat Rusland weer met Zweden strijden. In 1721 wordt er in Nystad vrede gesloten tussen Rusland en Zweden. Dit is het einde van Zweden als grote Noord-Europese macht. Rusland is een grote macht, Peter wordt "de Grote" en Rusland wordt een keizerrijk. Peter zag zijn zoon niet zo zitten en schafte dus de erfopvolging af. Hij vergat echter een opvolger aan te wijzen. De hervormingen van Peter De Grote Noordse Oorlog was de motor van Peters bewind/ hervormingen: - Sterk leger, sterke vloot Oorlogsnijverheid: Rusland had nog nooit een vloot gehad. Alles moest in Rusland vervaardigd worden. Peter liet veel Europeanen overkomen en dwong veel Russische boeren om in de oorlogsnijverheid en het leger te werken. - Belastingen Alle mannen (behalve de adel en geestelijkheid) moesten belasting betalen (om het leger te bekostigen). Iedereen kreeg een paspoort en had toestemming nodig om te reizen. - Verwestersing van de elite Peter wou een West-Europese samenleving bereiken met bijbehorend uiterlijk. In 1722 werd een rangentabel ingevoerd waarin de bevolking ingedeeld werd. De adelstand was niet meer erfelijk maar afhankelijk van verdiensten. - Landsbestuur werd gecentraliseerd De oude bestuursstructuur was niet doelmatig genoeg. De Raad van Bojaren, Kanselarijen, Departementen vond hij belemmerend. Zonder zijn bevel gebeurde er niets, want Peter wantrouwde deze instanties. Hij vervangt de Bojaren door de Senaat, de kanselarijen door colleges gevestigd in St. Petersburg. Het hielp niet: iedereen bleef nog steeds wachten op initiatief van de tsaar. - Kerk Peter wou de kerk onderwerpen aan de staat. Hij verbood de aanstelling van een nieuwe Patriarch (hoofd van de Russisch Orthodoxe Kerk) in 1700. Hij stelt als leiding een Synode aan die deed wat hij verlangde. Conclusie Peter was in zijn doelen niet uniek. Zijn daadkracht en mate van succes waren wel uniek. Hij liet zich niet leiden door tradities of oude rechten (boeren, adel, kerk). Een kanttekening hierbij is dat veel historici vinden dat zijn hervormingen op de lange termijn nadelig waren: ze beperkten de vrijheid van de Russen tot het nemen van initiatief. Peter verbreedde de kloof tussen de verwesterste elite en de boeren. Begrippen Szlachta - Poolse landadel, zeer machtig. Ze staan een gecentraliseerde staat in de weg. Polen was een adelsrepubliek met een door de adel gekozen koning. Gekozen koningschap is de basis voor een zwak bestuur: adel zal een zwakke figuur kiezen (die is te manipuleren) en machtsuitbreiding van één familie is niet mogelijk. Er was erg veel conflict in de adel. ("Diet in Palmer = landdag). Liberum veto - voorrecht van de szlachta: als er één iemand in de landdag het ergens niet mee eens is kan hij zijn veto uitspreken en gaat het niet door. Jan Sobieski - koning van Polen. Hij was een inheemse Pool en krachtig koning die de Turken versloeg bij Wenen (zorgde voor het terugdringen van de Turken). Jannisaren - elitekorps van het Turkse leger, afkomstig uit bezet Europees gebied maar als islamiet opgevoed. Ze zijn op jonge leeftijd losgesneden van hun familie, en van christelijke afkomst. Het is hen verboden om te trouwen. Extraterritoriale privileges - buitenlanders vallen niet onder het recht van het land waar ze zijn: afbreuk van de macht van de Sultan. Niet alleen handelaars in het Ottomaanse Rijk maar ook diplomaten (diplomatie kwam op in de 17e eeuw). Bescherming is er omdat de Turkse rechtspraak nog wreder was dan de West-Europese. Prins Eugenius van Savoye - legeraanvoerder van de Oostenrijkers, die tegen de Turken vocht. Palmer trekt een overdreven conclusie, namelijk dat Eugenius de moderne Oostenrijkse staat stichtte. Pragmatische Sanctie - erfregeling van Karel VI die hij in binnen- en buitenland wilde laten erkennen. Hij had alleen een dochter en een vrouw op de troon was zwak. Koning in Pruisen/ Koning van Pruisen - tijdens de Spaanse Successieoorlog vraagt Oostenrijk hulp aan de keurvorst van Brandenburg. Deze keurvorst, Frederik III, vraagt in ruil hiervoor de titel "koning". Alleen mag hij zich dan niet "koning van" maar alleen "koning in" noemen. Hij is een van de vorsten die de keizer kiezen. Pruisen is echter geen koninkrijk maar een hertogdom: op een gegeven moment gaat hij zich toch koning Frederik I van Pruisen noemen. Staand leger - Pruisen is militaristisch. Het Pruisische leger bestond eerder dan de Pruisische staat. De staat wordt ingericht om het leger in stand te houden (in vredestijd). Kantonsysteem - districten: ieder district levert soldaten en die worden in hun eigen district ondergebracht. Een voordeel hiervan is dat er een groepsgevoel ontstaat door een gevoel van verwantschap, en dat is nodig in een verspreid gebied zoals Pruisen. Junkers - Pruisische landadel, oppermachtig. Boeren worden hier horigen. Old Believers - de Russisch Orthodoxe Kerk is altijd georiënteerd geweest op Byzantium. De Patriarch is een zeer machtige persoon. Peter de Grote stelt de Heilige Synode in. Mensen verzetten zich tegen deze traditiebreuk, en deze mensen worden "Oude gelovigen" genoemd. Zij verzetten zich ook tegen het opnieuw en correcter vertalen van de bijbel. Rebellie van de streltsi - paleiswacht, elitekorps, wordt ook wel de streltsi genoemd. Ze hadden vaak een rol in de paleisrevoluties die meestal optraden na de dood van een tsaar. Peter schafte deze streltsi af. Slag bij Narva - Zweden verslaat Rusland verpletterend. Peter gaat hierop zijn hervormingen doorvoeren en zijn leger versterken. Werkcollege 25-1-2002 1. Waarom worden Polen, het Heilige Roomse Rijk en het Ottomaanse Rijk gekarakteriseerd als zwakke rijken? Ze zijn verouderd omdat ze grote uitgestrekte rijken waren en een sterk centraal gezag nodig hadden. Hun zwakte was het ontbreken daarvan, door een conflict tussen adel en vorst. Het gevolg was dat de koning geen eigen leger, inkomsten en ambtenarij had (dit geldt voor Polen en het Heilige Roomse Rijk). De Sultan van de Turken is ook kalief: de Koran is de wet, echter doordat christenen op de Balkan niet onder deze wet vallen is het rijk niet alleen tolerant maar ook zwak. 2. De meest relevante momenten in de strijd tussen de Oostenrijkse Habsburgers en het Ottomaanse rijk waren: o 1526: christelijk Hongarije wordt door de Turken veroverd. o Midden 17e eeuw: de familie Kiuprili komt aan de macht in het Ottomaanse Rijk en staat garant voor sterk gezag. o 1664: Ottomanen worden tot een bestand van 20 jaar gedwongen. o 1683: Tweede beleg van Wenen. Tevens een keerpunt: nu gaan de Oostenrijkers in de aanval. o 1699: Vrede van Karlowitz. Handig vanwege de aankomende Spaanse Successieoorlog. o 1714: Successieoorlog is voorbij, Oostenrijk valt Turkije weer aan. o 1739: Vrede van Belgrado: grens wordt vastgesteld die tot WO I zo zou blijven. 3. Zie hier de belangrijkste Pruisische machthebbers (Hohenzollerns) tussen 1640 en 1786: o Frederik Willem (1640-1688), de Grote Keurvorst. Hij ziet als eerste het belang in van een sterk leger. o Frederik III (1688-1713) is vanaf 1701 koning Frederik I in/ van Pruisen. o Frederik Willem I (1713-1740), de Soldatenkoning. Hij gebruikte het leger als middel bij onderhandelingen. o Frederik II (1740-1786), de Grote. Hij was de eerste die het leger actief gebruikte en valt Oostenrijk binnen na de dood van Karel VI. Pieter Stuyvezand (1612-1672) Laatste directeur-generaal van Nieuw Nederland. Hij is niet zo belangrijk geweest maar wel interessant voor de positie van de Republiek in het Atlantisch gebied, en de neergang van de macht. Wisseling van de wacht Dominantie van Spanje en Portugal wordt in de 17e eeuw voorbijgestreefd door de Republiek en later Engeland. Rond 1600: Engelsen, Nederlanders en Fransen rukken op. Oorlog met Spanje en Portugal Motieven achter de kolonisatie: - Politiek: in 1568 komen de Nederlanden in opstand tegen Spanje. Van 1580 tot 1640 is Portugal ook Spaans. Vanaf 1590 krijgt de Republiek te land en ter zee de overhand, mede dankzij steun van Engeland vanaf 1587. In 1588 verslaat een Engels/ Nederlandse vloot de Spaanse Armada. Er komt een einde van de dominantie van de Spanjaarden en Portugezen op zee. Hierop gaan de Engelsen en Nederlanders ook op ontdekkingstocht. - Economisch: Engeland en de Republiek voerden vooral directe handel met Noordwest Europa, maar zagen nu kans ook uit de rest van de wereld te gaan importeren. De Nederlandse dominantie Gouden Eeuw: Republiek dominant in en buiten Europa. - Aziatische handel: Engeland drong al enkele jaren eerder (1590's) door dan de Republiek. Concurrentie tussen Engelse Oostindische Compagnie en de VOC. De VOC veroverde met geweld de macht in Azië (won het van de Portugezen en de Engelsen). - Atlantische handel: in 1606 verschijnen de eerste Engelse kolonies op de oostkust van Amerika. Virginia, later New-England (Pilgrim Fathers) dat iets noordelijker is gelegen. Ook Franse calvinisten trekken weg: Quebec is gesticht in 1608. De Nederlanders waren veel actiever en agressiever dan de Engelsen en Fransen. Ze begonnen handel te drijven nabij Suriname/ Venezuela en West Afrika (Ghana), smokkelhandel. Dit was onmisbaar voor de Spanjaarden en Portugezen. In 1609: Twaalfjarig Bestand. Handel werd legaal. Nederlanders stichtten handelsposten. Ook in het stroomgebied van de Hudsonrivier (ontdekt door de VOC-er Hudson), en in de buurt van Manhattan en New York. In 1621: de WIC werd opgericht en de oorlog werd hervat. Van de Nederlandse overheid kreeg het de alleenrecht op handel. Het doel was het veroveren van het Spaans/ Portugese imperium. In 1630: WIC verovert een stuk Braziliaanse kust en een stuk Afrikaanse kust. "Groot Desein" ofwel Groot Plan was de slavenhandel en suikerproductie (in Brazilië) te beheersen. Dat lukte. In 1628: Piet Hein verovert "de zilvervloot". Spanje raakt afhankelijk van de WIC. Nederland verovert de Nederlandse Antillen. Engelsen en Fransen koloniseren ook een paar Antillen. De afname en bevoorrading gebeurde door de WIC. Zo konden zij zich onder een Nederlandse paraplu ontwikkelen. Pieter Stuyvezand Achtergrond: geboren rond 1612 in Friesland. Hij was zoon van een gereformeerd predikant, en studeerde theologie aan de universiteit van Franeker. In 1635 gaat hij in dienst van de WIC als koopman omdat hij het vooruitzicht om predikant te worden niet leuk vond. In 1639 wordt hij overgeplaatst naar Curacao, van 1643-1645 is hij directeur van Curacao. Doel: oorlog voeren tegen de Spanjaarden. Bij een poging om Sint Maarten op Spanje te veroveren, die mislukte, moest zijn been geamputeerd worden. Op zich knap dat hij dit overleefde. In 1645 trouwt hij en wordt hij directeur van Nieuw Nederland, Curacao, Bonaire en Aruba. Nieuw Nederland Nieuw Nederland had van 1621 tot 1645, toen Stuyvezand directeur werd, bestaan uit semi-permanente handelsposten waar vooral in bont werd gehandeld. Slechts enkele boeren vestigden zich er permanent. Het lag tussen de rivieren Delaware en Connecticut met Long Island en Nieuw Amsterdam aan de Hudsonrivier. In 1640: ongeveer 500 Europeanen wonen er in kleine enclaves in Indiaans gebied. In 1630: problemen, een conflict tussen Engeland en de Indianen. De Engelsen bereikten de Connecticutvallei waar de Nederlanders toen een fort bouwden ter bescherming. Echter de Engelsen waren in overtal. Indianen in contact met drank, vuurwapens en zo, leidde tot een oorlog (tussen enkele honderden mensen). Het ging slecht met de bondhandel, dus de WIC gaf de bondhandel vrij, alle Europeanen mochten meedoen. Hierop komen veel Europeanen naar Nieuw-Nederland. Om de problemen op te lossen (met die bezopen Indianen) werd een sterke man gestuurd, namelijk Pieter Stuyvezand. Stuyvezand was succesvol, autoritair. Zijn doel: de grens vaststellen met de Engelsen. Het lukte: de grens kwam voorbij de Connecticut en Nederland verloor de helft van Long Island. In 1655: bloedige confrontatie nabij Nieuw Amsterdam. Toch ging het goed: de bevolking groeide sterk (tot 9000 man), maar bleef achter bij de groei van Virginia en New England (inmiddels 70.000 man). Bedreigender was de agressie van de Engelse overheid: "restauratie" zorgde dat de Stuarts weer aan de macht kwamen in 1660. In 1664: de Engelse vloot ligt bij Nieuw Amsterdam, de bewoners gaven zich over. Van 1665-1667: Tweede Engelse Vlootoorlog die eindigde met het Verdrag van Breda. Nieuw Nederland werd definitief Engels. In ruil hiervoor mochten wij Suriname houden. In 1664: Stuyvezand gaat terug naar Amsterdam om zich te rechtvaardigen. Daarna keert hij terug op zijn boerderij op het (Engelse) Manhattan, alwaar hij zou sterven. Opkomst van Engels Amerika Rond 1640: Nederlanders in Amerika op het toppunt van hun macht. Later ook nog bleven ze in ieder geval het transport beheersen. In de tweede helft van de 17e eeuw begint dit af te brokkelen. Rond 1650: Nederland verliest de kuststrook van Brazilië. Daar zaten vooral rijke handelaars. De suikerplantages werden gedraaid door Portugezen onder leiding van Nederlanders. In 1640: Portugal wordt weer onafhankelijk, kreeg direct extra trots en wilde zelf weer macht hebben. Daarom veroverden ze in 1654 de Braziliaanse kuststrook. Belangrijker was het verlies van Nieuw Nederland omdat ze het verloren aan Engeland. In 1651: Acte van Navigatie: handel van Engeland moest met schepen van Engeland gevoerd worden. Hierdoor verloren de Nederlanders een groot deel van hun positie als tussenhandelaars. Van 1652-1654: Oorlog met Engeland, begin van agressieve machtsgreep van Engeland. Aan het einde van de 17e eeuw hadden ze een groot succes. De Engelse koopvaardijvloot en oorlogsvloot waren groot (gezamenlijk echter nog niet groter dan die van Nederland). Conclusie Europese expansie: Nederlanders domineerden de handel in Azië. In het Atlantisch gebied was hun macht niet gebaseerd op handel maar op koloniën. Engeland en Frankrijk gaan belangrijke gebieden beheersen. Nederland domineerde de tussenhandel, maar die werd minder belangrijk. Begrippen Elite- en volkscultuur - de elite, dat zijn de rijken, goed opgeleiden, elke beroepsgroep heeft zijn eigen elite. Rond 1700 is er een omslagpunt: het onderscheid tussen volkscultuur en elitecultuur wordt scherper, de elite gaat zich meer afzonderen. Elitecultuur is dynamisch, verandert snel. o Afzondering: ze doen niet meer mee aan carnaval, ontwikkelen etiquettes. Dynamiek heeft te maken met cultuuroverdracht: elites ontwikkelen een gewoonte en na een aantal generaties neemt het volk dat over. o Kennis: nieuwe manier van denken. Grote verschillen in belevingswereld van volk (directe leefomgeving) en elite (heel het land, heel Europa). Elites gebruiken standaardtaal, het volk spreekt dialect. Middlemen - tussenhandelaars, vooral dus de Nederlanders. Global economy - wereldeconomie: de hele wereld wordt een groot economisch systeem waarin alle continenten hun eigen functie hebben. o Azië: kruiden, specerijen, thee, en wordt betaald met goud en zilver. o Zuid-Amerika en Afrika leveren goud en zilver, Afrika levert ook slaven. o Caribisch gebied bestaat uit suikerplantages en wordt bewerkt door slaven. o Europa zorgt voor transport en organiseert de hele wereldeconomie. Plantage-economie - vier kenmerken: veel grond, kapitaalinvesteringen zijn nodig, bezuiniging op arbeid door slaven en het product zelf wordt geëxporteerd. Bourgeois en aristocratic property - bourgeois = geld, aristocratic = land. Houses of Parliament - House of Lords en House of Commons. Lords zijn de hoge adel, die zit daar op basis van titel/ grondbezit, en ook bisschoppen. De bisschoppen worden benoemd door de koning. De House of Commons bestaat uit de gentry (lage adel) en kooplieden. Jacobieten (verwar ze niet met de Jacobijnen uit de nieuwste tijd!!!). Aanhangers van koning Jacobus II. Enkele groepen: o Schotten: Stuarts zijn Schotten, de Schotten voelden zich tekort gedaan. o Tories: niet meer kleine landadel, maar iedereen die voelt dat hij ver van de macht af zit (tegenover de Whigs). o Nonduors: Anglicanen die weigerden trouw te zijn. o Nonconformists: puriteinen, felle Calvinisten. Bubbles - "zeepbel", aandelen van handelscompagnieën die winstbeloftes deden over hun projecten in Amerika en Azië. Die mislukten echter. Iedereen probeerde zijn aandeel weer te verkopen, iedereen raakte zijn geld kwijt. In Engeland kon men die aandelen ruilen voor een staatsobligatie (de staat belooft over heel lange termijn terug te betalen). Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) en Zevenjarige Oorlog (1756-1763) zijn één oorlog (hoewel er een periode tussenin zit). In beide oorlogen gaat het om dezelfde conflicten. Oostenrijk en Pruisen vechten om invloed over Midden- en Oost-Europa. Frankrijk en Engeland vechten de War of Jenkins' Ear (Spanjaarden zouden van een Engelsman een oor hebben afgesneden), een aanleiding om te vechten over de koloniën en de heerschappij over de wereldzeeën. Link: Frankrijk staat tegenover Oostenrijk en helpt Pruisen. Daarom helpt Engeland Oostenrijk. Vrede van Aix-La-Chapelle - Aix-La-Chapelle is Aken (Vrede van Aken, 1748). Pruisen mag Silezië houden, Oostenrijk krijgt de Zuidelijke Nederlanden terug. Er is een terugkeer naar de oude situatie (behalve Silezië en daarom ontstaat er opnieuw oorlog). Diplomatic Revolution - het herzien van allianties: de Fransen gaan in de Zevenjarige Oorlog samenwerken met de Oostenrijkers en de Engelsen helpen Pruisen. Plassey - de Britten verslaan de Fransgezinde Bengalen. Belang is dat de Britten de alleenheerschappij willen in India (British Paramount Power). De Britten laten Indiase vorsten zitten, en vormen zelf de top. John Locke (1632-1704) Wetenschapper en politicus, maakte een aanzet voor de scheiding tussen kerk en staat. Jeugd en studententijd Locke kwam uit een middle-class gezin. Zijn grootvader was lakenfabrikant. Zijn vader studeerde rechten, wat duidelijk maakt dat er sprake was van sociale mobiliteit in de familie. Hij trouwt met een vrouw uit de gentry en wordt rechter. John was zijn oudste zoon. Puriteinse Revolutie: parlement had problemen met de centralisatie van Karel I en de belastingverhoging. Karel wou ook dat iedereen Anglicaan wer, waarop vooral de Calvinisten in verzet komen en een veldtocht beginnen. Ook het parlement kiest tegen de koning. Hierdoor komt Cromwell aan de macht. Johns vader kiest voor het parlement en is aanvoerder van een legereenheid. Hij krijgt zijn beloning: John krijgt een plaats op de Westminster School bij Westminster Abbey. Gevolg: - Locke kon zich ontwikkelen en zijn gaven benutten - Locke komt in contact met andere soorten christendom dan zijn puriteinse achtergrond Deze opleiding gaf hem toegang tot de universiteit van Oxford. Hij is niet zo'n gemotiveerd student omdat de ontwikkelingen plaatsvinden in de natuurwetenschappen en niet in zijn studie (vooral rhetorica). Hij sluit zich aan bij een club/ gezelschap dat zich bezig houdt met natuurkunde. Ze kwamen samen bij Boyle. Daar probeerde hij met artsen e.d. zoveel mogelijk kennis te vergaren. Aarzeling: hij kiest niet voor natuurwetenschappen en niet voor "humaniora". Hij kon geen keus maken wat hij met zijn leven wou. Ashley nam hem mee naar Londen. Locke keek Ashley na en ontdekte een abces in zijn buik, genas hem en werd daarop opgenomen in diens huishouden. Ashley was een van de rijkste mannen van Engeland, stond aan de basis van de Whig-partij. Patronageverhoudingen zijn normaal in de nieuwe tijd. Locke leert de politiek kennen maar laat het na om grote carrière te maken. Hij trouwde niet, want hij kon geen vrouw kiezen. Restauration of England 1660-1688 Karel II komt weer terug, herstelt alles. Hij voert enkele dingen door het parlement heen: - extra belastingen - uniformiteit in religie - buitenlandse politiek mag Karel zelf bepalen, wat ook het parlement vindt, maar niet als hij iets kiest dat het parlement niet bevalt Declaration of Indulgence: Locke werkte mee aan deze wet, vond dat tolerantie een staat veel goeds doet. Echter het parlement neemt hem niet aan. Test Act: alle ambtenaren moeten Anglicaan zijn en alle missen ook. De koning neemt deze wet tegen wil en dank aan, in ruil voor hogere belastingen. Karel II verandert zijn buitenlandse politiek en dat bevalt Ashley niet. Die laatste gaat medestanders verzamelen met het dreigement dat er verkiezingen moeten komen om te zorgen dat de zoon van Karel II geen opvolger wordt (want hij is katholiek). Dit lukt, maar de koning ontslaat Ashley en de Whigs moeten vluchten naar de Republiek. Two treatises of government: geschreven door Locke in Nederland: - politiek van de Engelse koningen is een soort tirannie - verzet tegen tirannie is in overeenstemming met de wet der natuur Koning is een tiran: - oudheid: waartoe gebruikt een vorst zijn macht? Karel II vooral ten gunste van zichzelf - politieke theorie uit de middeleeuwen: contractdenken, houdt in dat de macht van de koning wordt beperkt door Gods wil Locke verwijst echter niet naar Gods woord maar naar het natuurrecht-denken als bewijsvoering. De koning wordt gelijk gesteld aan andere mensen: beide zijn onderworpen aan natuurwetten. De enige grens die God stelt in de vrijheid die natuurwetten geven is dat je niemand van zijn vrijheid mag beroven, op zijn domein mag beperken. Dit is een andere opvatting van natuur: cultuur is ook een deel van de natuur in de 17e eeuw. Asielzoeker 1683-1689 Locke bedenkt dat je een staat zou kunnen inrichten zoals die in de Republiek/ Amsterdam bestaa. Naar aanleiding van de herroeping van het Edict van Nantes (1684) schrijft hij een werk over religieuze vrijheid. Auteur (1689-1704) Hoe weet je wat God wil? Hoe kan je überhaupt tot kennis komen? Hiervoor keek hij naar zichzelf. Conclusie: - mensen worden niet met ideeën geboren, die ontwikkelen ze gedurende hun leven - woorden verwijzen niet direct naar de realiteit, ze zijn een visie - menselijke kennis is heel fragiel, veranderlijk - mensen worden geboren met een lege geest, tabula rasa Rationalisering Locke was een voorstander van duidelijke afspraken tussen koning en onderdanen (zoals Weber zei). Secularisering: natuurwetenschappen. Locke ontwerpt een staatsregering die niet meer op de bijbel steunt maar werkt via het natuurwetsysteem. Locke rechtvaardigt in zijn Two treatises of government de verdrijving van James II door Mary Stuart en Willem III. Locke was zelf sterk religieus maar wou niet dat religie invloed had op het staatsbestuur. Ook vond hij dat er geen tegenstelling was tussen geloof en natuurwetenschap. God commands what reason does. Begrippen Deductief - beginnen met een algemene stelling en daaruit iets specifieks afleiden. Inductief - vanuit feiten een algemene theorie opstellen: empirisme. Wetenschappelijke Revolutie - hoe kom je tot ware kennis? Inductie, empirisch onderzoek wordt erg belangrijk. Concreet: doorbraak in de kennis van het heelal en de natuur. Utopia - ideale samenleving. Francis Bacon: het nieuwe Atlantis. Ware kennis is vereist om een perfecte samenleving te krijgen. Ook: ware kennis is toepasbaar, kennis is macht. Carthesiaans dualisme - objectieve materie en subjectieve materie. Objectieve materie neemt ruimte in, subjectieve materie is de geest, het verstand, en neemt geen ruimte in. Beide zijn door God geschapen, Hij heeft de mens subjectieve materie gegeven om de objectieve materie te doorgronden. Rule of Law - overal in de wereld worden wetmatigheden ontdekt, alles is te herleiden tot wiskundige abstracties. Scepticisme - twijfel aan alles, de mens wordt constant belazerd door zijn eigen zintuigen. Descartes is het hier niet mee eens, hij vindt dat met wiskunde een hoop te verklaren is. "Ik denk dus ik besta": hij twijfelt, behalve aan één ding: hij weet zeker dat hij twijfelt. Bewijs - geeft onderscheid tussen waar en niet waar. Spinoza - wetenschappelijke benadering van de godsdienst: de bijbel is ook maar een overgeleverd boek. Wonderen hebben niet plaatsgevonden, het waren gebeurtenissen die door de toenmalige wetenschap nog niet te verklaren waren. God bestaat niet zonder de wereld, in alles zit een beetje God. Natuurrecht - soort recht dat in de wereld bestaat, het staat boven alle culturen. Wat u niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet. Via de rede kun je het natuurrecht herleiden. "Law-gedeelte": natuurrecht kan je ook in je maatschappij gebruiken voor de ontwikkeling van wetten. Werkcollege 8-2-2002 1. Zie hier de ontwikkeling van de voorstelling van het universum van de Ptolemeïsche voorstelling tot Newton: o Ptolemeeën: de aarde is het centrum han het heelal, alle planeten en de zon zweven er omheen als hemels o Copernicus: de zon is het centrum van het heelal; heliocentrisme o Brahe: brengt de banen van de hemellichamen in kaart; hij zag dat ze niet in perfecte cirkels liepen o Kepler: leerling van Brahe, zag dat het ellipsbanen waren; hij constateert ook dat ze niet altijd even snel bewegen o Galileo: ontdekte dat alle dingen even snel naar de aarde toevallen o Newton: combineerde Kepler en Galileo in de gravitatiewet 2. Het besef van bewijs kwam zowel in de historische als in de theologische wetenschap naar voren. Men ging de historische betrouwbaarheid van alles uitzoeken, en dus ook van de bijbel: religieus relativisme (Spinoza). 3. Het besef van bewijs werkte daarnaast ook door in strafrecht: er werden methoden ontwikkeld om tot goede bewijsvoering te komen. Iemand was niet meer schuldig tot het tegendeel bewezen was. 4. Lockes ideeën hadden zware politieke betekenis: hij rechtvaardigde het afzetten van een slechte koning, zoals gebeurde tijdens de Glorious Revolution (1688). Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) Rousseau paste niet in het weberiaanse perspectief van rationalisering. Hij hing een trail and error theorie aan, typerend voor de 18e eeuw. De manier van werken staat centraal, niet de uitkomst. Typisch 18e eeuwse filosoof: het accent ligt op de retoriek, niet op de inhoud. Verlichting Voortzetting van de wetenschappelijke revolutie van de 17e eeuw. Echter de kwaliteit en kwantiteit veranderen: - Veel meer mensen houden zich bezig met de wereld en maatschappij. Voor het eerst proberen mensen van deze bezigheid te gaan leven (auteurs). Men gaat veel meer genres schrijven, kranten, woordenboeken, en encyclopedieën (van Diderot en d'Alembert). - Mensen voelen zich meer deel van een samenleving, willen zich niet meer afzonderen in eliteclubs. Er ontstaan genootschappen van mensen met gemeenschappelijke interesses waar meningsvorming plaatsvindt. Habermas noemt dit het belangrijkste kenmerk van de Verlichting. Men is betrokken bij de ontwikkeling van de maatschappij en voelt zich verantwoordelijk: sociabiliteit. Rousseau Hij stond in de Verlichting (ideeën als d'Alembert en Diderot, Voltaire) maar hij gaf er een eigen draai aan die in de 19e en 20e eeuw handbaar bleek. Hij was de zoon van een horlogemaker die met een vrouw was getrouwd uit een veel hogere sociale laag. Zijn moeder sterft in het kraambed, zijn vader wordt uit Genève gegooid en Rousseau wordt opgevoed door familieleden. Hij gaat naar ambachtsscholen en kan zijn draai niet vinden. Vervolgens gaat hij zwerven en wordt opgenomen door een dominee. Hij gaat wonen bij mevrouw De Warens en heeft allerlei banen (butler, oppas, ...). Hij heeft geen opleiding, hij leert van discussies met zijn patroon De Warens (vanaf 16 jaar). Vrij normaal in de 18e eeuw, net zoals de seksuele relatie die hij met haar had. Rousseau werkt overdag, leert 's avonds en schrijft in de weekends om bij de philosophes te horen. Als hij in Parijs komt ontmoet hij bekende auteurs en weet door zijn vlotheid carrière te maken. Hij bouwt een netwerk op van kennissen en vrienden. Zo krijgt hij allerlei baantjes zodat hij zichzelf in leven kan houden. Zo kan hij zich profileren als philosophe: hij schrijft toneelstukken en opera's. Diderot en d'Alembert nodigen hem uit om lemma's over muziek te schrijven. Hij gaat samenwonen met een gewone wasvrouw, kinderen leggen ze te vondeling: hij leidt een dubbelleven in armoede en de jetset. Dit dubbelgevoel probeert hij te gebruiken voor zijn carrière. Visie op cultuur Naar aanleiding van een prijsvraag "heeft het herstel van kunsten en wetenschappen in de 18e eeuw bijgedragen tot de verheffing van de zeden?" schreef Rousseau dat kunsten en wetenschap slechts een illusie van geluk gaven. Elke tak van kunst of wetenschap komt voort uit een ondeugd: mensen willen rijk worden, kwaad bestrijden, oorlog voeren en vervolgens daarover leren. De Romeinen gingen ten onder toen daadkracht ging wijken voor cultuur. Onderwijs dwingt mensen om bepaalde regels op te volgen, maakt dat de mens geïndoctrineerd wordt. Door regels, omgangsregels gaat je oorspronkelijke zelf, je talent, naar de achtergrond. Dit gaat in tegen alle andere inzendingen en andere filosofen van de Verlichting. Die geloven allemaal dat kennis mensen verder zal brengen, dat de rede alles beter maakt. Discours sur les arts et les sciences (1749). Waarom wint Rousseau de eerste prijs? Het debat wordt erg belangrijk gevonden, men waardeert de tegendraadsheid van Rousseau. Hierop besluit hij muziek en toneel neer te leggen en zich met de maatschappij bezig te gaan houden. Visie op de samenleving Vertoog over de ongelijkheid (1755). Hypothetisch overzicht van de geschiedenis van de mensheid. Welke belangrijke momenten zijn er geweest? - De mens in zijn natuurlijke staat, met als doel: in leven blijven en zich voortplanten. De mens kent uitsluitend zijn lichamelijke behoeften. - De mens die leeft in groeps- of gezinsverband, mannen en vrouwen blijven bij elkaar. Gevoelens ontwikkelen zich (jaloezie) en er komt een taakverdeling. Mannen winnen de vaardigheid om samen te jagen en verliezen het vermogen om alleen een beest te vermoorden. De mens wordt slapper en heeft gereedschappen nodig. De mens ontwikkelt een taal. Dit alles zijn de dingen die de mens van dieren onderscheiden en volgens Rousseau is dit het ideaal. - De mens die bezit gaat aanwijzen. De komst van landbouw en (metalen) instrumenten. De komst van sociale ongelijkheid. Mensen gaan talenten voorwenden om hogere functies te krijgen. - Mensen proberen recht te maken door wetten te maken die ongelijkheid opheffen of de nadelen ervan neutraliseren. Samenvatting: technologische vooruitgang impliceert geen algehele vooruitgang. Mensen zijn niet zedelijker of deugdelijker geworden. Natural law Voltaire schreef de beroemdste natuurwetten. Hij vergelijkt allerlei systemen (Confucius, Zoroaster, Mohammed, Jezus) en haalt er de overeenkomstige elementen uit. Verlichtingsfilosofen zoeken net als Voltaire naar overeenkomsten. Rousseau: mensen verliezen natuurlijkheid door de tijd heen. De natuur verandert door historische processen en zo groeien volkeren uit elkaar. Dit wijkt af van andere natuurfilosofen die zeggen dat de mens overal hetzelfde is. Cultuurverschillen zijn belangrijk en mogen niet te licht gewogen worden. Politieke ontwikkelingen Du contract social (1762). Hoe realiseer je een deugdzame samenleving? - mensen moeten zich veilig voelen - mensen moeten zich vrij voelen Het boek opent met: "De mens is vrij geboren, maar alom is hij geketend". De macht moet liggen bij de mensen zelf, niet bij een parlement of koning. Vrijheid gelijkheid broederschap. Rousseau's ideeën hadden geen positieve invloed: ze maakten de grove Franse Revolutie, communisme en fascisme mede mogelijk. Hij onderscheidt een algemene tendens die in wetten tot uitdrukking zal komen en gerealiseerd wordt door een uitvoerend orgaan. Hiertussen zit een verschil: algemene wil tegenover uitvoerders. De uitvoerders meenden de algemene wil te kennen. Rousseau was wat naïef: hij stelde zich geen totalitaire staat voor. In intentie is hij niet veel anders dan Montesquieu en Voltaire, maar hij bracht het anders. Men zag zijn boek als en bedreiging en hij werd uit Parijs en Genève verdreven. Een sociale revolutie ging iedereen te ver. Imago Hij was een erg onaangename persoon en bovendien erg (seksueel) gefrustreerd. Hij deed erg zijn best om door te dringen bij de philosophes en dat lukte, maar toen ging hij zich direct weer pover gedragen, zich afzetten. Hij voelde zich superieur, zei het circus niet meer nodig te hebben maar hij loog... Conclusie De Verlichting is veel uitgebreider dan de Wetenschappelijke Revolutie. Verlichtingsfilosofen zoeken in de natuur een verklaring voor de ware aard van de mens. Rousseau: de mens is geaccultureerd geraakt. Hij is de eerste die grote cultuurverschillen ziet. Werkcollege 15-2-2002 1. De philosophes schreven niet alleen voor adel en burgerij maar ook voor de middenstand. Er ontstonden kranten. 2. De fysiocraten en de schrijvers van de Encyclopédie leverden elk hun eigen bijdrage aan de Verlichting: o Fysiocraten zijn politieke economen. Ze waren anders dan mercantilisten: die wilden namelijk zoveel mogelijk waardevolle spullen het land binnen krijgen en er houden. De fysiocraten/ cameralisten waren het hier niet mee eens. De economie kon volgens hen groeien als je bepaalde wetten uit de weg ruimde. Laissez-faire: laat maar gaan, geen overheidsingrijpen. Principe van vraag en aanbod, absolutistische vorst moet niet zo ingrijpen en zo. Bijdragen van de fysiocraten: ze waren hoge ambtenaren en schreven over de economie. o Encyclopedisten: ze schreven volgens het Verlichte idee "kennis is macht" en dus verzamelden ze alle kennis in een boek. 3. Er zijn verschillen tussen Verlichte despoten en absolute vorsten: o De basis van hun macht en de visie op hun rol in de staat: * Lodewijk XIV: de staat dat ben ik! * Jozef II en Frederik II: ik ben de hoogste dienaar van de staat. Zij legitimeren hun macht naar hun nut voor de samenleving. o Absolutisten zijn "door God aangewezen", de Verlicht despoot is onverschillig over religie (Frederik II vond religie onbelangrijk). * Religieuze tolerantie (als je maar nuttig bent voor de samenleving). * Kerk totaal ondergeschikt aan staat. * Vergelijk Lodewijk XIV: die leunde op de kerk! o Overeenkomst: centralisering van de staat, verbetering van de infrastructuur en land. Verschil zit in het tempo hiervan: * De Verlicht despoot sluit geen compromis. * De Verlicht despoot regeert, de anderen zijn uitvoerders (de koning is de enige die denkt). Gelijkheid, gelijke rechten en plichten voor iedereen. 4. Is Catharina II de Grote een Verlicht despote? Jazeker! Ze ruimde tradities uit de weg omdat die het geluk van haar land in de weg stonden. Er zijn echter aanwijzingen dat ze geen Verlicht despote was: o Pugachev Opstand (1773) - Pugachev beweerde de (dode) tsaar te zijn, en zei dat hij even op reis was geweest. Hij houdt een gewelddadige mars op St. Petersburg. Catharina bekeert zich van haar Verlichte ideeën, geeft de adel weer meer macht (boeren worden weer horigen): compromis met de adel. o Catharina heeft haar oog laten vallen op twee zwakke rijken: Polen en het Ottomaanse Rijk. Grieks Project: ze geeft hoge functies weg aan mensen die Grieks Orthodox zijn in de nieuw verworven gebieden. Begrippen Potemkin villages - Potemkin was een Russische minister van buitenlandse zaken. In een poging om oorlog met Oostenrijk te voorkomen en tegelijkertijd door te gaan met de oorlog tegen het Ottomaanse Rijk, laat Catharina de Grote kartonnen huizen neerzetten en dwingt boeren er gelukkig uit te zien als koning Jozef II wordt rondgeleid. Philosophes - zijn geen filosofen maar schrijvers van de Verlichting. Zeer praktisch ingesteld: hoe kan de samenleving veranderd worden? Ze populariseerden de ideeën van wetenschappers zodat ze breed toegankelijk werden. Ze leefden van de pen. Maupeau parlementen - 1768, genoemd naar een minister. De adel is lastig voor de koning en betaalt geen belastingen. Maupeau stuurt ze weg uit de parlementen en zet er burgers/ juristen in. Het parlement mag alleen nog maar juridische zaken doen, en de leden krijgen een vast salaris. Hiermee worden ze afhankelijk van de vorst. Na een paar jaar worden ze weer afgeschaft, maar de intentie was zeker Verlicht. Taille - grondbelasting betaald door de boeren, die nu ook voor de adel gaat gelden. Corvée - ook feodaal principe: adel/ boeren moesten helpen aan het bouwen van bruggen en zo. Dit wordt door de koning veranderd in een belasting. Democratische Revolutie (1760-1848) - hervormingsbeweging die in 1760 begon in Engeland. Meer inspraak voor meer mensen. Democratische Revolutie is een verzamelnaam voor hervormingsbewegingen en (mislukte) revoluties. Niet democratische elementen: - Geen roep om algemeen kiesrecht. - Alleen mensen met bezit worden vertegenwoordigd. o Franse Revolutie (Franse koning wel onthoofd, maar pas 3 jaar later). o Koninkrijk Polen: mensen willen de koning meer macht geven (gekozen koning, zwakke machtspositie) maar het is wèl democratisch! o Amerikaanse Revolutie: opstand tegen het parlement (niet puur en alleen George III). Wel democratische elementen: - Vrijheid, gelijkheid. Verlichting: volkssoevereiniteit, het volk is de baas. - Rechten en plichten van volk en regering komen in een grondwet. - Scheiding van kerk en staat. Bourgeois Revolution - interpretatie achteraf van historici, om aan te duiden welke bevolkingsgroep profiteerde van de Democratische Revolutie. Commonwealthmen - kleine minderheid met een extreem denkbeeld. Mensen die terugverlangden naar de tijd van Cromwell. Borough mongers - verdeling in kiesgebieden of dorpen/ steden met de status van "borough", gemaakt in de Middeleeuwen en gehandhaafd. Later groot geworden steden als Machester hadden die status niet. Borough mongers waren mensen die een zetel in het parlement "kochten" door een borough op te kopen waar zowat niemand woonde. Placemen - mensen die ten onrechte of via vriendjespolitiek een zetel in het parlement hebben. Warren Hastings - eerste Britse gouverneur-generaal in India. Centralisatie van het Britse Rijk: parlement wou op alle gebieden van het rijk invloed uitoefenen. Daarom is Hastings belangrijk. Dit gebeurt ook in Amerika: Amerikanen willen zichzelf kunnen verdedigen, het parlement heft hiervoor belastingen. Echter de Amerikanen betalen alleen aan hun eigen gemeenschap, niet aan Engeland. Stamp Act - stamp = waarmerk, watermerk. Alle documenten moesten van papier zijn dat een waarmerk had, waarvoor belasting was betaald. Ongelukkig: het prikkelde de groepen die papier gebruikten en dus ook pamfletten konden schrijven (om het volk op te zwepen). Quebec Act - Franse mensen mogen hun geloof (katholiek) houden en hun taal en hun Franse recht. Dat stootte de Amerikaanse, puriteinse, kolonisten tegen het hoofd. De nieuwe overwonnen vreemdelingen kregen hiermee immers dezelfde rechten! Declaration of Independence - schepte een precedent, vrijheid en gelijkheid, werd onder andere door de Fransen overgenomen. Federalism - opstand tegen centralisatie. De macht ligt deels in Washington (defensie en buitenlandse zaken) en deels bij de staten (justitie). Constitutionalisme - regeren aan de hand van een grondwet. Werkcollege 22-2-2002 1. In de 18e eeuw werd de positie van het Engelse parlement anders, en kwam er tevens een roep om hervormingen. Na de Glorious Revolution lag de hoogste macht bij de koning en het parlement. In de 18e eeuw: meer macht kwam naar het parlement. Rotten boroughs, corruptie, vriendjespolitiek zorgden voor een roep om hervormingen. 2. De Amerikaanse koloniën kwamen in opstand. Het parlement van Engeland wilde dat alle delen van het rijk gingen meebetalen. Amerikanen waren niet in staat zichzelf te verdedigen en Engeland wilde ze laten betalen in ruil voor hulp. Ze betaalden niet omdat ze niet in het parlement gerepresenteerd werden. Het bloedbad in Lexington is de aanleiding voor de opstand. Amerikanen mochten alleen van Britse schepen kopen: Amerikaanse tussenhandel werd uitgeschakeld. Boston Tea Party: Amerikanen boycotten de Engelse handel en gooien een lading thee in zee. 3. De Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring is een weerspiegeling van de Verlichting: o "Deze waarheden zijn natuurlijk": natuurrecht (uit: Declaration of Independence). "Alle mensen zijn gelijk". "Life, liberty and the persuit of happiness". o Volkssoevereiniteit is een typisch Verlichtingsidee. o Constitutie: het volk wordt beschermd tegen de regering. De DoI was ook vernieuwend: er waren geen feodale of aristocratische verbanden meer (verder overigens was alles niets nieuws). Democratisch? Wel als je een welvarende blanke man was. Tot slot twee verschillen: o Statenbond: soevereiniteit ligt bij gewesten (de Republiek) en niet bij een centrale overheid. o Bondsstaat: de macht wordt gedeeld door de staten en een centrale overheid (zoals in de Verenigde Staten). Responsiecollege 7-3-2002 Europese expansie Hoe Europa (en Rusland) hun macht over de hele wereld uitspreidden. En hoe ze onderling streden om macht. Rationalisering - Religieus onttoveringsproces: geen geloof om dingen te proberen te verklaren. - Modernisering: men zet de rede in om doelgericht oplossingen voor problemen te formuleren: o De rol van de bijbel wordt minder. o Vorsten breken met oude tradities. Confessionalisering Samenwerking tussen kerk en staat om de bevolking in de greep te krijgen (Calvijn). Maar wel: een scheiding tussen kerk en staat. Lutheranisme, Anglicanisme, Calvinisme en Katholicisme: - Geloofsbelijdenissen: precieze vaststelling van het geloof. - Andersdenkenden worden aangepakt: o Censuur. o Inquisitie. o Excommunicatie. - Disciplinering van de gemeenschap. - Nonconformistisch: geen compromis met andere geloven. We moeten weten welke geloven er waar waren rond 1550: - Katholiek: Frankrijk, Spanje, Zuid-Duitse staten, Ierland, Polen. - Calvinistisch: Frankrijk (tot Lodewijk XIV), Zwitserland, Schotland, Republiek. - Lutheraans: Noord-Duitsland en Scandinavië. - Anglicanen: Engeland. Dertigjarige Oorlog Zeven belangrijke staten in het Heilige Roomse Rijk: Bohemen, Saksen, Brandenburg (markgraaf), de Palts (de vier wereldlijken); Keulen, Mainz, Trier (kerkelijken). De zeven heersers van deze gebieden kiezen de keizer. Saksen, Brandenburg en de Palts zijn calvinistisch. De aartsbisdommen zijn katholiek. Bohemen...?? Katholiek tot de Paltsgraaf keizer wordt, want de keizer is ook altijd koning van Bohemen. Bohemen wordt calvinistisch: oorlog. Wie steunt wie (en dan gelijk de vier fasen van de oorlog)? 1. Spanje: steunt de katholieke staten en de Habsburgers, maar hebben ook de Nederlandse Opstand aan hun broek. Ze willen de Spaanse Weg handhaven maar die wordt geblokkeerd door de Palts. Spanje verslaat de Palts en daarmee eindigt fase 1 (1618-1625) van de Dertigjarige Oorlog. 2. Denemarken: helpt de Noord-Duitse medelutheranen. Het wil Holstein veroveren voor de tweede zoon van de koning. Echter Wallerstein verslaat hem (periode: 1625-1629). 3. Zweden: Gustavus Adolfus II houdt huis. Omkeer: begin van de Dertigjarige Oorlog hadden katholieken de overhand, maar nu de protestanten. Zweden wil de Oostzee gaan beheersen (dat is dus hun eigen belang). Periode: 1629-1635. 4. Frankrijk: na de dood van Gustavus Adolfus gaat Frankrijk Zweden helpen. Motief: ze willen het Heilige Roomse Rijk zwak houden. Ze vechten niet maar geven de Duitse calvinisten geld. Dit alles wordt geregeld door Richelieu. Periode: 1635-1648. New monarchies Begin 16e eeuw: Nieuwe Monarchieën. Koningen die de machtige adel willen uitschakelen door centralisatie en erg veel macht naar zich toe te trekken. De koning zorgt voor tust, de middenklasse zorgt voor geld. Herontdekking van het Romeins Recht: het legitimeert de almacht van de vorst. Het gewoonterecht wordt afgeschaft.